relaties

Daarnet was de Marikenstraat omgetoverd tot hindernisbaan. Her en der moest ik stelletjes ontwijken die hand in hand of gearmd naast elkaar liepen en de doorgang versperden. Hadden ze weer iets leuks gezien in een etalage. Moest die ander dat ook zien. Moesten ze er samen naar kijken, kon ik ze inhalen om op het volgende stelletje te stuiten. Halverwege de straat werd ik opgehouden door een stel dat het hele pad innam en hand in hand liep. Mij werd liefdevol de doorgang ontzegd, het waren slechts enkele seconden die een eeuwigheid leken te duren.

In die eeuwigheid bedacht ik me hoe fijn het eigenlijk is om alleen te zijn. Je hoeft met niemand rekening te houden, je vormt geen twee-eenheid die met de handen of armen aan elkaar vast zit en waarbij de een automatisch ook in moet houden voor een etalage, wanneer de ander wat ziet. Ik ben helemaal alleen en ik kan alle kanten op!

Tot een half jaar geleden hoorde ik nog wel bij zo'n twee-eenheid. "Monique en W." Werd in één adem genoemd. Toen ik weer alleen was kreeg ik nog enveloppen waarop 'en' achter mijn naam snel was doorgekrast. Anderen moesten er aan wennen, alsof ik nog niet helemaal mijn eigen identiteit terughad. Zelf was ik er een stuk sneller aan gewend, want de echte breuk had zich langzaam al veel eerder voltrokken. Het uit elkaar gaan zelf, was niet meer dan een formaliteit. Een afronding.

Ook tijdens de relatie was het niet altijd prettig om een 'stel' te zijn. Kwamen er eerder gewoon vrienden en vriendinnen langs, namen die nu ook hun partner mee en kwamen ze echt 'op bezoek'. Zat je dan op de bank tegenover elkaar. W. en ik waren meer van het type "trek gewoon je schoenen uit, haal je eigen biertje maar uit de koelkast, ga voor mijn part op de bank liggen, als je je maar lekker voelt" maar dat waren anderen soms niet. Dan zat je je tijd gewoon maar uit. Dan was het verademing wanneer die andere vriend op bezoek kwam, die wel vrijgezel was en we gewoon weer tot diep in de ochtend konden doorhalen. Die sliep dan gewoon op de bank, hoefde je niet per se een bed voor op te maken. Ver-a-de-ming!

Uitgaan deden W. en ik niet vaak samen, als ik dan rond zes uur 's nachts de kroeg kwam uitgerold met een vriend om daarna lekker te gaan slapen, dan wachtte me thuis iemand die naar eigen zeggen 'geen oog dicht had gedaan van ongerustheid'! Heb ik nu geen last meer van, is helemaal verleden tijd! Als ik 's nachts thuiskom dan wachten er alleen twee konijnen op mij en die kunnen godzijdank niet praten. Ik ben helemaal vrij, er zit niemand aan me vast, ik kan gaan en staan waar ik wil, zonder verantwoording af te leggen!

Maar die vrijheid is jammer genoeg zo knijpend relatief. Want hoewel het verdomd prettig is om geen gezeur om me heen te hebben als ik 's nachts alleen thuiskom, mis ik het om 's ochtends samen met iemand wakker te worden. Iemand die me wakker kust en vraagt of ik lekker heb geslapen. Iemand die ook mijn broodjes smeert of iets lekkers voor me heeft gekocht om mee te nemen. Iemand die me een fijne werkdag toewenst, wanneer ik vertrek. En vooral mis ik iemand bij wie ik 's avonds weer thuis kan komen..

Ondertussen hangt die toekomstige 'iemand' nog steeds de Jason Donovan uit en speel ik Kylie Minogue ("Especially for you"-clip!), terwijl we elkaar maar mis blijven lopen.



24/09/2005 | 15:40 |


fratsen

Voorjaar 1993. Ik sta buiten een oude boerderij in het centrum van Diepenheim die omgebouwd is tot jeugdsoos. Het pand van Janna. Binnen zal straks Fratsen optreden.

Ik heb de band al eerder zien spelen, ik heb twee cassettebandjes van ze thuis en ik vind ze fantastisch. Net als L., die ik nu net een paar weken ken en samen staan we -sippend aan de Safari die we in een plastic tasje hebben gestopt- te genieten van het moment, de mensen om ons heen en onze nieuwe vriendschap. Ze vertelt over haar broer en alle leuke muziek die hij heeft. The Pixies, Sonic Youth.

De trui die ik draag heb ik uit de kast van mijn pa gepakt en komt tot mijn knieëen. Hij is, net als de jas die ik zo graag wilde hebben, veel te groot voor mijn lange slungelige lijf.

Ik schenk ons nog eens bij, stiekem om me heen kijkend. Ik zie een groep jongens die op dezelfde school zit als ik aankomen. Helemaal hier naar toe gefietst. Schuchter zwaai ik naar een jongen die ik vaag ken.

Fratsen begint binnen te spelen en met z'n allen gaan we helemaal uit ons dak. Ik heb geen flauw idee waar het over gaat, maar ik kan alles hardop meezingen.

12 jaar later, ouder en wijzer. De zanger van Fratsen, André Manuel, is een geliefd en gehaat cabaretier. Er is zoveel gebeurd in de tussen tijd, en ook zoveel niet gebeurd. Nog eens luisterend naar het Fratsen van toen, begin ik eindelijk een beetje te begrijpen waar ze over zongen...over alle leuke dingen in het leven, het verdriet dat je kunt hebben, de liefde die je kunt voelen en af en toe de leegte van het leven van alledag...

...Ik wil naar België, naar Antwerpen
De haven, de cafés
Luisteren naar Jacques Brel in een kroeg
waar ik eerder ben geweest

Het stormend najaar, het dagelijks leven
is mijn leven helemaal los
Ik wil eruit, even wat anders,
ik heb een vreselijke dorst

Een dorst naar anders, avontuur, weg met de tijd
Ik wil bestaan
ik wil weten dat ik leef, ik wil hier weg,
laten we gaan

Ik heb dorst...



22/09/2005 | 21:08 |


Handyman, 13:10 u. woensdagmiddag.

Ik kom de winkel inlopen en er staan welgeteld vijf mensen voor mij in de rij en twee honden. De honden horen bij de mevrouw die overduidelijk op zoek is naar een nieuw stofzuigeronderdeel, aangezien ze met het oude zenuwachtig tegen haar hand aantikt. Misschien wel in de maat van het liedje dat op de radio was toen ze aan het stofzuigen was, net voordat de stofzuiger er dus mee ophield. Hoewel ze altijd vroeger keurig naar blokfluitles en later pianoles gegaan was, tikt ze toch wat a-ritmisch mee met het refrein dat in haar hoofd is blijven hangen. Ze kijkt er gespannen bij. Wellicht heeft ze haast. Komt er zo bezoek en moet er toch echt nog heel wat stof gezogen worden.

Voor haar staat een man met een klein meisje. Het meisje heeft een mobieltje in haar hand, geen echte maar een speelgoed versie, waarmee ze steeds haar vader probeert te bellen. "Pak nu op, pap, ik bel jou". Het ding maakt een ontzettende herrie. Waar is de tijd gebleven dat kinderen lieflijk K3-liedjes neurieën, terwijl ze met hun vader in de winkel zijn? Pap neemt niet op. Hij kijkt stuurs naar de twee pubers naast hem, of ze niet straks gaan voorkruipen. "Paaahaaap! Ik bel JOU hoor! Neem nou op!" De herrie van het mobieltje zit net niet in de maat van het getik van het stofzuigeronderdeel van de vrouw. Maar dat kan net zo goed aan haar liggen. Eindelijk papa is aan de beurt.

De pubers staan er wat verloren bij. Blikken worden uitgewisseld. Dan weer naar elkaar, dan weer naar de vader van het kleine meisje. Zou hij dan voorgekropen zijn? De blikken worden veelbetekenend. Met andere woorden, de blikken zouden van alles kunnen betekenen. De puber met het gele basketbalshirtje aan trekt zijn schouders op en draait zich om, om quasi geïnteresseerd de etiketten van de stofzuigerzakken te lezen. De andere trekt ongeduldig nu aan een van zijn vele zakken van zijn skatebroek en haalt er een stekkertje uit. Hij is nu aan de beurt.

Het stekkertje is onbekend bij de verkoper en de pubers slenteren langzaam de winkel uit. Papa neemt eindelijk op en er komt een eind aan het door merg en been gaande getetter van het mobieltje van het kleine meisje. Even stilte. De verkoper schrijft iets op een briefje, de vrouw met het stofzuigeronderdeel kijkt om zich heen. "Waar kan ik u dan mee helpen" mompelt de verkoper, terwijl hij doorschrijft. De vrouw kijkt nu naar mij, herkenbaar moment. Tegen wie heeft ie het! Tegen zichzelf? Nee, duidelijk tegen de vrouw, want met een zucht recht de verkoper zijn schouders en kijkt haar aan. Hij heeft er duidelijk zin in vandaag.

Weer een mobieltje. Deze keer de tune van Pippi Langkous, er was iemand binnen gekomen dus, maar die rent nu snel de winkel weer uit om buiten verder te bellen. Hij maakt het kort, hangt op, komt weer naar binnen, maar haalt het niet eens tot de skartkabels wanneer weer Pippi Langkous klinkt. Hij rent weer naar buiten.

Ik ben aan de beurt, ik voel dat, hoewel de verkoper verveelt achter de toonbank iets staat te bekijken. "Ik heb een UTP kabel nodig. Van 10 meter." Zonder een enkele reactie te geven, maakt de verkoper zich los van dat waar hij blijkbaar mee bezig was en loopt naar een rek om terug te komen met een netwerkkabel. Achter mij hoor ik weer de tune van Pippi Langkous en een hele diepe zucht.

Met mijn nieuwe aanwinst verlaat ik de winkel en stap de zon in. Ik kijk uit over het groen van Plein '44 en krijg zin in een ijsje.



21/09/2005 | 17:31 |


werk

De laatste dagen van mijn vakantie zijn verleden tijd en gisteren kreeg ik de basistraining op mijn nieuwe werk. De training zou in eerste instantie ongeveer vier uur duren, maar doordat de ADHD-trainer elke afleiding met beide handen aanpakte om eens flink chaotisch te gaan uitweiden over anekdotes uit zijn persoonlijk leven liep het iets uit. Deze beste man heeft bijna vijf en een half uur lang staan wervelen. Ik was kapot naderhand.

De training zelf zat vol met cliché's en algemene kennis-feitjes, maar ik wilde met alle plezier zeggen tot welke categorie de vraag "bent u altijd zo druk?" behoorde. Geen probleem.

Wat wel een probleem was, was dat de trainer ongeveer elke tien minuten even weer duidelijk maakte dat dit werk NIET leuk is en ook nooit zal worden. Nee, wist ik al, maar bedankt voor de reminder, niet waar? Deze eeuwenoude truc die te boek staat als sublimatie (bedankt Freud) begon zo tegen het einde van de middag flink zijn uitwerking te hebben en toen ik eenmaal thuis was, wilde ik dus echt NIET dat werk gaan doen.

Nog nooit heb ik zo huizenhoog tegen werk op gezien. Deze afschuw zorgde ervoor dat ik meteen bij thuiskomst in één streep doorliep naar mijn pc om met hernieuwde kracht internet te af te struinen naar andere banen. En die vond ik. Het is wel helemaal in Gouda of Dordrecht, maar hé, ik zit liever elke dag veel te lang in de trein, dan dat ik mensen lastig val door de telefoon. De brief is ondertussen al weg. Duimen maar!

Tot die tijd kan ik, met de hoop dat ik binnenkort gewoon een baan kan krijgen waarvoor je wel tenminste de middelbare school afgemaakt moet hebben, mezelf wel elke dag richting call centre slepen. Moet te doen zijn. Daarbij zijn de mensen met wie ik in hetzelfde schuitje zit, allemaal erg aardig en gezellig. Wat we met elkaar gemeen hebben, is dat we allemaal anders zijn en dat schept een band hè, iets gemeen hebben. Zo zaten we vanochtend met z'n allen witjes en zoooo niet enthousiast bij elkaar in de kantine te wachten. We hebben er dus zin in!

Ander werk wat op mij zit te wachten, is het afronden van de website over Acceptance and Commitment Therapy die ik maak voor twee docenten. Het is niet veel, maar vaak gaat er toch stiekem best veel tijd weer in zitten. Moet eind deze week af zijn. Ook moet ik deze week een cafe en een restaurant in Utrecht geregeld hebben voor minstens 60 man, omdat ik in de organisatie zit van de volgende bijeenkomst van DPZ. Dat betekent onder andere met de uitbater en de kok speciale menu's ontwerpen en het onderhandelen over de prijs. Leuk om te doen, maar tijdrovend.

En alsof ik nog niet genoeg te doen heb, ben ik sinds deze week correspondent voor Nijmegen Centraal!! De fut is er daar wat uit en ik las vorige week al dat ze nieuwe schrijvers zochten. Ik dacht: "mwa.." maar toen ik ook een persoonlijk emailtje kreeg, heeft me dat over de streep getrokken. Het lijkt me leuk om te doen en mijn eerste stukje is inmiddels te lezen. Ik ben wat makjes begonnen, omdat ik geen flauw idee heb hoe ver ik kan gaan. Dat hoor ik wel op de eerste vergadering waar ik ook eindelijk kan zien wie de gezichten 'achter Nijmegen Centraal' zijn!!



06/09/2005 | 16:09 |


buttons

Zo! Wat is het weer weer geweldig hè! Ik geniet van mijn laatste vrije dagen, maandag ga ik aan de slag als callcenter-medewerker - een passende baan voor een psycholoog niet waar? Werk dat nog geestdodender is, kan ik me niet voorstellen, maar het doet me niets! Het brood moet op de plank, de rekeningen betaalt en meer van dat soort cliché's. Ik voel me gewoon goed en niets kan daar verandering in brengen.

De negeerdood heeft trouwens goed geholpen: ik hoef al niet meer (ik zei toch dat het een zeer nuttig wapen is :D ). Het is jammer, maar helaas, het zij dan maar zo. Fijn leermoment, dat dan weer wel: steek geen energie in iemand die teveel vreemde principes heeft, gewoon niet doen, daar wordt u beiden niet beter van ;)

Naast teveel vreemde principes zijn er natuurlijk meer nare eigenschappen die wij vrouwen liever niet zien in onze toekomstige partners. Zo is daar het hangbuikje, liever niet hè! Maar ook weer niet het ik-hang-elk-vrij-moment-in-de-sportschool-type, daar zitten we ook niet op te wachten (wie moet dan de afwas doen en het huis stofzuigen?).

We houden ook niet van zieligerds, de mama-kindjes, maar het andere uiterste is de narcist waar wij graag verre van blijven (want er kan er natuurlijk maar eentje in de spotlight staan en dat ben ik). Te jong is niet leuk, te oud al helemaal niet. Waar we echt op afknappen is het strakke kleine onderbroekje (niet meer doen hè!!) of dito zwembroek (en daar kom je pas veeeel te laat achter doorgaans, als jij al geïstalleerd in moderne bikini aan het water ligt, komt daar je droomman aan in dat gehaatte kledingstuk. Au.)

Muzieksmaak is ook zoiets, sta je het ene moment nog gezellig met hem te kletsen, staat ie het andere moment op de dansvloer uit z'n dak te gaan op Bon Jovi! Of nog erger: hij kent alle teksten van Jan Smit uit zijn hoofd en valt het liefst in slaap met Fransje Bauer. Dan mag ie wat ons betreft helemaal in z'n eentje in slaap vallen.

Witte sokken kunnen ook niet, mag al sinds het begin van de jaren 90 niet meer, maar schijnt tot sommige mannen nog steeds niet doorgedrongen te zijn. Opgetrokken sokken in gezondheidssandalen mag net zomin. Waarom kost het zoveel mannen altijd een jaartje of 30 voordat ze erachter komen dat iets niet meer in de mode is?

Te groot geschapen penissen zijn niet oké, maar te klein is gewoon ook niet fijn en daar zijn we condoomsgewijs ook niet op berekend van te voren. Over borsthaar zijn we het nog niet eens, wij vrouwen, maar ik zie ze liever zonder. Over rughaar hoef ik, denk ik, niet te beginnen.

Om gênante situaties na twee maanden te voorkomen, het in allerlei bochten draaien - om de kerel te dumpen, het liefst voor bezoek aan eventuele schoonouders - af te wenden, willen wij dit soort dingen dan ook graag van te voren weten, het liefst nog vòòrdat we ze aanspreken in de discotheek of het café.

Vandaar dat ik voorstel dat er speciale buttons op de markt komen waar precies op beschreven staat of bovenstaande eigenschappen dan wel 'ja' of 'nee' aanwezig zijn. Ik zat te denken aan een soort van aanvink-systeem of doorhalen-wat-niet-van-toepassing-is systeem, het liefst ingevuld door de ex-vriendin.

En uiteraard kan er te zijner tijd ook een versie voor ons vrouwen op de markt komen, maar ik zou persoonlijk niet weten waarom, met ons is eigenlijk nooit iets mis! ;)



02/09/2005 | 14:29 |