Op het plein hier iets verderop zit een snackbar waar ik vaak een dönertje dürüm haal om mijn brakke zondag
af te sluiten. Hoewel de naam van de snackbar het niet verraadt en er ook friet en kroket op het menu staat, wordt de tent gerund door
twee Turkse mannen. Het geheel oogt als een Amerikaanse diner, maar gelukkig hangen er hier en daar ook posters van Turkse
vrouwen in dito gewaad die dürüms bakken, zodat de Turkse mannen zich toch nog enigszins thuis zullen voelen.
Bijna altijd is de snackbar verlaten, heel soms zit er iemand in z'n eentje een shoarmaatje weg te werken in het hoekje. Op mooie
zondagen willen er nog wel eens wat verdwaalde motorrijders op het terras voor zitten of een uitgewinkeld echtpaar op koopzondag. Laatst
liepen een oude man en vrouw nieuwsgierig naar binnen, maar toen ze op de twee Turken stuitten, draaiden ze zich snel (verbazingwekkend
snel voor de leeftijd) om, mompelde de man nog: "ieuhw, hier moeten we niet zijn, het is hier Islamitisch" en verdwenen snel richting
het beter passende pannenkoekenhuis, iets verderop.
Ik vermoed dat ik zo'n beetje hun enige of hooguit tweede klant ben van de zondagavond. Bij binnenkomst sjokken de twee mannen vanuit
de keuken naar de counter. De ene, de kleinere en stille, neemt zijn plek in bij de döner spies en het oventje. Hij weet wel
wat ik ga bestellen, hij is er in ieder geval al klaar voor. Hij lacht altijd vriendelijk. De ander gaat dan voor me staan met afwachtende blik.
Elke keer weer tuur ik intensief naar het grote bord boven hen, hoewel ook ik al bij het verlaten van mijn huis wist wat ik zou gaan bestellen.
Maar ik wil het voorkomen, dat ze bij het openzwaaien van de deur al bezig gaan met het bereiden van mijn maaltijd.
Dus doe ik net alsof ik in dubio ben. Schijnheilig ambivalent. Na een poosje gedraald te hebben, bestel ik aarzelend mijn vast menu. Ze hebben
natuurlijk wel gezien dat mijn ogen steeds weer eventjes bleven rusten op die foto van die döner dürüm, maar zo snel
geef ik gewoon niet toe. Zo zit ik niet in mekaar.
Ik ben ooit nog eens vreemd gegaan. Met een andere snackbar die zich eigenlijk op gelijke afstand van mijn huis bevindt. Ook daar was ik
de enige klant en ik voelde me er meteen thuis. Helaas stelde de eigenaar mij allerlei opdringerige vragen en vroeg me net iets te vaak om
"snel weer terug te komen" bij het verlaten van het etablissement. Ook de dönertje dürüm smaakte me niet zo eigenlijk. Het smaakte
naar verraad.
Afgelopen zaterdag maakte ik mee waar ik zo bang voor ben. Ik zou met W. een pizzaatje gaan eten en reed langs de pizzeria op weg naar zijn huis.
Ik bestelde voor hem en voor mij en die van hem was nogal lastig. De salami moest eraf en dan moest er ui op. Dat was uiteraard mogelijk. De blik
die de jongen aan de balie mij toeworp was vreemd. Argwanend eigenlijk. Mijn telefoon ging, het was W. met de vraag of ik er al was. Ik vroeg nog
eens voor de zekerheid of het dus ui in plaats van salami moest zijn en hing op. Het gezicht van de jongen veranderde in een open brede glimlach bij
het nogmaals bevestigen van het ui-in-plaats-van-salami-verhaal, hij schudde zijn handen driftig heen en weer, liet mij niet uitpraten en vertrouwde me
daarbij toe dat hij 'hem' wel kende, het zat helemaal goed!.
Dat ze je toch zelfs herkennen over de telefoon en dan weten wat je wilt eten. Dat is dus mijn angst. The nightmare of the single-living coming true ofzoiets..
In het snackbarretje bij mij in de buurt ben ik al even niet meer geweest vanwege een budgetaire kwestie. Ze zullen het dus even zonder me moeten doen op
de zondagavonden. Vorige week kwam ik de eigenaar tegen op het plein, voor de snackbar. Hij keek even snel, keek weer weg en durfde het
toch aan om nogmaals te kijken, hief zijn hand half omhoog en zwaaide weifelend. Ik zwaaide weifelend terug.